The Black Cat

a safe haven for true jazz cats

Alex Koo Trio – ft. Jean-Paul Estiévenart

Geplaatst op 10/03/2020

Alex Koo Trio – ft. Jean-Paul Estiévenart

dinsdag 3 maart 2020 “Hopelijk beginnen ze hier nu ook niet te zeveren over dat coronavirus!” Door zijn Aziatisch profiel – moeder Japans, vader Westvlaams – kreeg Alex Koo daarover al de hele tijd opmerkingen te slikken. Onze voorzitter was gewaarschuwd omtrent de mogelijke inhoud van zijn speech! ‘s Morgens was Alex nog in Madrid, ’s avonds zat hij reeds achter de vleugel in onze jazzclub. Als piepjonge conservatoriumstudent speelde hij in 2012 en 2014 al een paar schitterende concerten in The Black Cat. Daarna trok hij naar Amsterdam, Kopenhagen en New York. Ondertussen bracht hij ook ‘Appleblueseagreen’ uit, door DownBeat tot één der beste cd’s van 2019 uitgeroepen. Een getalenteerde muzikale wereldburger uit Waregem op ons podium dus die avond! Helaas, de eerste twee nummers van het concert werden compleet het akoestisch moeras in gemept! Het sober, beheerst en tegelijk erg lyrisch pianospel van Alex Koo had geen behoefte aan oorverdovende, acrobatische drumpartijen. Maar dan, met ’Doritos Everywhere’ kregen wij een heerlijk lange meeslepende piano-intro geserveerd, spaarzaam begeleid door de superieure Lennart Heyndels op contrabas. Wanneer dan de dromerige, melancholische trompet van Estiévenart in dialoog trad met de vleugel en ook de percussie van Dré Pallemaerts ingehouden, swingend ging ondersteunen, bloeide het concert ineens helemaal open! Nuance, dynamiek en dosering bleken de overduidelijke kwaliteiten van deze gedreven band. Met het laatste nummer, het pakkende ‘Jonass’ dat Alex componeerde voor een verongelukte jeugdvriend, werd het publiek emotioneel erg gegrepen en na het abrupte slotakkoord bleef het even pijnlijk lang stil vooraleer een voorzichtig maar diep gemeend applaus weerklonk. Met het bisnummer ‘C Jam Blues’ van Ellington bewees het kwartet dat ze ook een oude ‘standard’ super-swingend eigenwijs naar hun muzikale hand konden...

Meer

Ivan Paduart & Patrick Deltenre

Geplaatst op 14/02/2020

Ivan Paduart & Patrick Deltenre

dinsdag 4 februari 2020 Na hun jeugdig, succesvol avontuur met de jazzfusion band ‘Aftertouch’ bouwden Ivan Paduart en Patrick Deltenre elk aan hun eigen imposante muzikale carrière. Wanneer ze 30 jaar later elkaar nog eens ontmoetten bij een gelegenheidsconcert, groeide de drang om samen iets nieuws te proberen! Ze kozen bewust voor een intiem en introspectief muzikaal concept, enkel toetsen en gitaar. Uit dit project ontstond in 2018 de cd ‘Hand in hand’, met van ieder vijf composities. In 2014 hadden we Ivan Paduart reeds solo op ons Black Cat podium met een majestueus nieuwjaarsconcert. Hoge verwachtingen dus voor deze avond. We werden meteen vergast op vier erg melodische nummers gedrenkt in poëzie en weemoed. De lyrisch klaterende vleugel met spaarzame synthesizertoetsen eraan toegevoegd. Sobere gitaarsolo’s die steeds loepzuiver en intens helder klonken met een zweempje echo erbij. Deltenre komt uit een muzikale Siciliaanse migrantenfamilie die nu in Charleroi woont. Zijn compositie ‘Pigeons’ droeg hij op aan zijn ouders die steeds onafscheidelijk waren. Na dit pakkende nummer plaatste hij zijn gitaar in het rek  en verbaasde iedereen door een mondharmonica ter hand te nemen. Hij bleek van jongsaf een groot bewonderaar van Toots Thielemans en mocht die zelfs ooit depanneren met zijn Gibson jazzgitaar, toen die van Thielemans was gesneuveld. ‘Song for my lady’ klonk bijzonder Tootsiaans en werd door Paduart van een sublieme pianosolo voorzien! Deze merkte terecht op dat dit kleine instrumentje je altijd direct emotioneel weet te raken. Op de mondharmonica kan je je niet wegstoppen achter vooraf bedachte piano- of gitaartrucjes. Na zo veel overweldigende melancholie en rustige lyriek waren de afsluitende groovy uptempo nummers zoals ‘Menorca’ en ‘Human being’ wel even welkom. In zijn bindteksten noemde Deltenre Toots Thielemans een ‘kapoen’, maar zelf bleek hij ook wel onder deze noemer te vatten. Hij had al enkele malen verwezen naar zijn ‘Schatje de Londerzeel’ en wou dit laatste nummer opdragen aan zijn nieuwe liefde. ‘Bea’ startte met een prachtige romantische gitaarsolo omfloerst met een mix van zweverige synth en piano. En zo sloot de bezwerende avond af in warme rust en intens...

Meer

Compro Oro

Geplaatst op 15/01/2020

Compro Oro

dinsdag 7 januari 2020 “Wat! Heb jij Sadi ooit nog live gezien…!” Onze voorzitter knikte trots. Als collegestudent mocht hij, lang geleden, naar een concert georganiseerd door Jeugd en Muziek. Orkestleider was Sadi Lallemand, één van de Belgische bop-pioniers. Die man speelde vibrafoon en de muziek die zijn band bracht, werd ‘jazz’ genoemd. Deze confrontatie heeft onze puberende voorzitter onherroepelijk voor het leven  getekend! En eindelijk, na 10 jaar Black Cat-programmatie stond hij nu oog in oog te praten met een heuse vibrafonist. Wanneer Compro Oro hun concert wou starten, vroeg Wim Segers, de uiterst energieke frontman, waarom het publiek zo ver van het podium vandaan zat. “Kom dichterbij en geniet van de interactie tussen de muzikanten!” Zijn uitnodiging bleef echter zonder gevolg  dus zette de band maar hun set in met een gloednieuw nummer ‘Afro-Selfie’. En meteen demonstreerden ze de muzikale fundamenten waarop hun stevig repertoire is gebouwd: een heftige mix van Latin- Afro- Arabic- en jazzinvloeden waarbij ze rijkelijk effecten en elektronica als artistiek verlengstuk van hun instrumenten gebruiken. Hun set zat vol verrassende wendingen: een reggae-intro kon plots omslaan in een opzwepend rai-ritme, waar de vibrafoon dan psychedelische, spacy klanken overheen strooide. Wanneer percussionist Falk Schrouwen zijn mbira (Afrikaanse duimpiano) bovenhaalde om een rustig kabbelende melodie te tokkelen, joeg de twangy gitaar van Bart Vervaecke het nummer onverbiddelijk richting rockende woestijnblues à la Tinariwen. De uitgelaten vibrafoonsolo’s in duel met groovy gitaarriffs werden perfect gedragen door een uitstekende ritmesectie (“de beste van deze kant van de Noordzee”, aldus Knack recensent Bart Cornand). Wanneer Frederik Van den Berghe in ‘Miami New Wave’ een heuse discodreun op zijn drums ging meppen en Matthias Debusschere stevig funky aan het bassen sloeg, raakte de lege ruimte voor het podium voor het eerst bevolkt met enthousiast dansende clubleden. En toen na een vettige Santana-intro de rumba ‘Ababa Boogie’ werd ingezet en Wim Segers fel op zijn instrument soleerde, ging zelfs onze voorzitter als een puber extatisch staan dansen voor het podium. En daar bestaan zelfs foto’s van!...

Meer

Tricycle

Geplaatst op 8/12/2019

Tricycle

dinsdag 3 december 2019 In zijn tienerjaren volgde Tuur Florizoone met veel enthousiasme de circusschool, vooral op de monocycle bleek hij een bedreven waaghals. Maar muziek werd zijn grootste passie en hij ging piano studeren aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Toen hij daar een lastminuteaanbod kreeg om gedurende drie weken in Duitsland een circus van de nodige muzikale begeleiding te voorzien, stelde hij inderhaast met enkele medestudenten een trio samen dat ‘Tricycle’ werd gedoopt. En nu, ontelbare internationale concerten en vier cd’s later vieren ze hun 20-jarig bestaan met een tournee doorheen de Benelux langsheen kleinschalige gezellige locaties. ‘The Black Cat’ mocht hierbij niet ontbreken, te meer daar Tuur al een 5-tal keer op ons podium stond met verschillende formaties. Die avond stonden de heren muzikanten er weer, deze keer wel gekleed in een rood, geel of zwart hemd. Hiermee wilden ze hun decennia-lange Vlaams-Waals-Brusselse samenwerking benadrukken. Ook het typisch Belgische van hun repertoire, een bonte mix van stijlen en genres. Jazz vol raakpunten met wereld-, film- en klassieke muziek. Zelf noemt Tricycle het graag ‘Verbeeldende Muziek’. De hele set van dit trio pendelde virtuoos tussen barstende vitaliteit en etherische melancholie. Noiret plukte op zijn instrument erg swingende groovy baslijnen. Op sopraan- en altsax schitterde Laloy en vooral op basfluit ontroerde hij iedereen met weidse, weemoedige Andesklanken. Tuur op accordeon betekent zo veel als constant jongleren met stijlen en genres: Balkan, klezmer, Arabisch, Turks, folk… zelfs de vogeltjesdans in ‘Glupsul’ passeerde met de nodige danspasjes de revue. De bindteksten van hem waren steeds uiterst grappig, ontwapenend maar altijd met een licht kritische ondertoon. Hij jende voortdurend het publiek en bleek achteraf ietwat ontgoocheld dat hij geen spontane reacties kreeg uit de zaal. De circusartiest is blijkbaar na 20 jaar nog steeds latent in hem...

Meer

Natashia Kelly Group

Geplaatst op 9/11/2019

Natashia Kelly Group

dinsdag 5 november 2019 In maart 2015 stond Natashia Kelly al eens op ons podium. Met een computer met soundscapes, spacy gitaren, een heterogeen repertoire en vooral veel grillige vocale buitelingen en experimenteel gescat, bleek dat deze kraakvers afgestudeerde conservatoriumstudente toen nog duidelijk op zoek was naar een eigen stijl. Nu echter stond er een zelfbewuste artieste die, wars van de heersende modetrends, haar persoonlijke richting had gekozen. Gedreven door haar Ierse roots bracht ze een fusie van Keltische folk en jazz. In de 70’er jaren deden Mary Prior, June Tabor en vooral Jacqui McShee van Pentangle dit haar al voor maar nooit in deze zo uitgepuurde vorm. Ze startte meteen met 2 traditionals, de eerste in het Keltisch. De tweede bracht ze ‘a capella’ in het Engels om dan via een op Bach geïnspireerde contrabaspartij uit te deinen in het indrukwekkende ‘Into the Ocean’, een aangrijpende klaagzang met lyrische improvisaties die bezwerend omheen de traditionele songstructuur kronkelden. De Stratocaster van gitarist Jan Ghesquière breide weidse klanktapijten, begeleide bescheiden stacatto of hoestte groovy akkoordenreeksen. In het schaarse solowerk hoorde je de invloeden van S.R. Vaughan, Metheny en Wes Montgomery. Brice Soniano op zijn afgebladderde, verweerde contrabas was maar in enkele nummers als ritmesectie echt bepalend. Zijn rol was veeleer sfeerbrengend met dromerige strijkpartijen, etherisch getokkel en één enkele keer een korte solo. Bas en gitaar stonden geheel ten dienste van de vocale exploraties van Natashia. Haar frele kopstem meanderde steeds in de hoge regionen, soms even een hese overslag makend. Haar melancholische vibrato, bluesy tremolo en prachtig poëtische teksten knepen je meedogenloos de keel dicht. Nog nooit zo’n adembenemende stiltes gehoord in The Black Cat als die avond. De twee bisnummers, waarmee het concert werd afgesloten, weken af van het gebrachte folky repertoire. Maar met de standard ‘Around Midnight’ en de Bob Dylan cover ‘Ballad of a Thin Man’ bewees Natashia overtuigend dat ze vele genres moeiteloos...

Meer

3Men in a Boat

Geplaatst op 9/10/2019

3Men in a Boat

dinsdag 1 oktober 2019 Het onderbelichte werk van onze lichtman Geert! Toen de 3 supersympathieke ‘Boatsmannen’ aan wal waren gestapt in Club de B, bleek nogal wat voorbereidend lichtafstellingswerk van de avond voordien vruchteloos te zijn geweest.  De groepsopstelling die men had door gemaild, klopte niet en de accordeonist wisselde tijdens de soundcheck constant van plaats en zitmeubelhoogte waardoor Geert steeds weer de ladder op moest klimmen om de richting van de spots te wijzigen… om dan, eens beneden en buiten adem, te constateren dat de podiumsituatie alweer was gewijzigd. Gelukkiglijk wist het trio nonchalante, verstrooide ‘Boatsmannen’ ons te trakteren op een wervelend concert. Met zijn wilde leeuwenmanen, aanstekelijke glimlach en breed gebaar trok frontman Philippe Thuriot al meteen alle aandacht naar zich toe. Hij bewees virtuoos dat het accordeon, ooit de piano van de arme mensen genoemd, best zijn instrumentje kan staan op een jazzpodium. Zijn spel zat vol dynamiek, met felle uithalen maar ook met lyrische passages zoals in de prachtige compositie voor zijn dochter. Met zijn stug professorenbrilletje leek Kristof Roseeuw de fysieke tegenpool van Thuriot. Althans uiterlijk, want Kristof ging op zijn contrabas vinnig energiek en uiterst gedreven te keer. Hij exploreerde alle muzikale en technische mogelijkheden van zijn instrument, maar steeds ten dienste van de totale sound. Eens te meer toonde Lionel Beuvens in onze Black Cat wat een magistrale drummer hij wel is. Soepel meppend waar nodig maar meestal subtiel percussief aanwezig met minimale nuances die het unieke klankpalet van het trio deed schitteren. Na afloop wou het enthousiaste publiek maar al te graag een gesigneerde cd van het trio aanschaffen. Maar… verstrooidheid, vergetelheid, nonchalance: men had de cd’s thuis...

Meer