Renaud Garcia-Fons & Claire Antonini
dinsdag 2 december 2025
Een concert met contrabassist Renaud Garcia-Fons is altijd een feest. Hij brengt de mediterrane warmte over op het publiek. Zijn duo met echtgenote Claire Antonini was dan ook de gepaste afsluiter voor het feestjaar 15 jaar The Black Cat.
In tegenstelling tot op het prachtige album ‘Farangi’ (Perzisch voor ‘De vreemdeling, de reiziger uit het Westen’) bestond het programma uit een viertal suites waarin de nummers gebundeld werden. Het publiek werd vriendelijk uitgenodigd om mee te reizen op hun vliegend tapijt. Het was tevens een reis in de tijd: de ontmoeting tussen oosterse en westerse muziek, meer in het bijzonder barokmuziek.
De eerste suite was geïnspireerd door een Koerdische melodie. Na de aria en gigue van de specht (‘L’air & Gigue du Sansonnet’), met contrabasintro, en ‘Ricercare’ eindigde de suite met het vrolijk huppelend ‘Nove alla Turca’ (een stuk in 9 delen, typisch voor de Turkse muziek, maar met barokelementen). Het werd meteen duidelijk dat het een topavond zou worden.
De tweede suite startte met de door een Iraanse melodie geïnspireerde compositie van Renaud ‘Comme un derviche amoureux’. Daarna vlogen we op een sereen tempo met ‘À chaque instant’ over Koerdistan, om na ‘Danse de la dame en blanc’ aan te belanden bij de ‘Chacone’ van de aan het hof van Louis XIII verbonden luitspeler/componist Vieux Gaultier (1575 – 1651).
Het eerste deel van de derde suite was ‘Reng-é Shotor’ (de gang van de kameel). Het ritme uit Koerdistan brengt ons echter eveneens dichter bij Afrika en hun instrumenten. Vandaar het idee om een blad papier tussen de snaren van de contrabas te stoppen om andere resonanties te verkrijgen. Het daaropvolgende (soms bijna bluesy) ‘Capona’ is een compositie van de Oostenrijks/Italiaanse luitspeler Giovanni-Girolamo Kapsberger (1580 – 1651). De suite werd afgesloten met ‘Tchahar Mezrab’, een ritmisch motief dat normaal met plectrum gespeeld wordt op de Iraanse târ.
Het vliegend tapijt bracht ons met Suite 4 tot in Spanje. Eerste deel is geïnspireerd door een schilderij van El Greco: ‘Toledo del Greco’ (met een panorama van Toledo). Na ‘Aljamiado’ (Aljamía-teksten zijn manuscripten waarin het Arabische schrift wordt gebruikt voor het transcriberen van Europese talen, met name Romaanse talen zoals Oudspaans of Aragonees) werd er afgesloten met ‘Sfesseina’, een andere compositie van Kapsberger, die een beetje als de rocker van zijn tijd mag beschouwd worden.
Ze sloten af met ‘Sylvains d’Orient’, het openingsnummer van hun album ‘Farangi’. Sylvains zijn in de Romeinse mythologie elfen, goden die toezien op de vreedzame groei van bomen. Op Radio France omschreef Renaud het zo: “In het nummer zitten twee soorten referenties: het Oosten als achtergrond met een niet erg westers ritme, aangezien het een vijfkwartsmaat is, en een knipoog naar de barokke Sylvains met strijkstokslagen, accenten die doen denken aan een race van kleine geesten in de bossen of woestijnen van het Oosten”.
Het publiek (dat de musici een gedroomd concertpubliek vonden, dat aandachtig genoot) gaf hen een staande ovatie.
Het eerste bisnummer was een soort dans, een guajira flamenca, geïnspireerd door de Spaanse componist Gaspar Sanz (1640-1710) en gecomponeerd door Renaud, samen met de Spaanse pianist David Peña Dorantes: ‘Entre las rosas’. Het publiek kreeg er maar niet genoeg van zodat ze de avond afsloten met het Koerdisch wiegeliedje ‘Baba Naoussi’.
Dit was hun 81ste concert. Het was een plezier om te kunnen genieten van het perfecte samenspel en alles gebeurde zonder partituur. De dialogen tussen teorbe en contrabas waren zalig. De uitstekende geluidsversterking en sfeervolle belichting zorgden mee voor een subliem concert.
Tekst © Jos Demol
